Vanuit de vallei van La Orotava, waar de bananenplantages naar zee aflopen, klimt de weg naar de Teide langs wijngaarden en kastanjes, vaak door een wolkenlaag die de passaatwind tegen de berg drukt, en dan door zonnige bossen van Canarische dennen. Daarboven ligt Las Cañadas, een reusachtige caldera van lava en puimsteen waaruit de Teide oprijst, de hoogste berg van Spanje. Een kabelbaan brengt je tot vlak onder de top; voor het laatste stuk naar de krater heb je een vergunning nodig, die je vooraf moet aanvragen. Tussen de lavastromen rijzen de rotspilaren van de Roques de García op, waaronder de Roque Cinchado, die voor de vulkaan lijkt te balanceren.
In La Laguna, in het noordoosten, staan oude huizen met houten balkons langs rechte straten, een stratenplan dat model stond voor steden in Latijns-Amerika. Meteen daarachter begint het Anagagebergte, bergkammen vol vochtig laurierbos, waar paden afdalen naar gehuchten als Taganana en naar zwarte zandstranden. Verder naar het westen, tussen La Laguna en La Orotava, schenken wijnboeren in de guachinches, eenvoudige eethuisjes, hun eigen wijn bij papas arrugadas met mojo. Aan de andere kant van het eiland, in het Tenogebergte, klampt het dorp Masca zich vast aan een bergkam, bovenaan een kloof die tot aan zee loopt, en verder naar het zuiden rijzen de kliffen van Los Gigantes loodrecht uit zee op; vandaar varen boten uit om de grienden te zien die tussen Tenerife en La Gomera leven. In het drogere zuiden liggen de grote badplaatsen, van Los Cristianos tot Costa Adeje, en El Médano, waar de wind windsurfers en kitesurfers aantrekt.
Aan de kust blijft de winter zacht en is de zomer zelden drukkend, en daarom komen hier zoveel reizigers in de winter, als het bij ons koud is. Het zuiden krijgt de meeste zon; in het noorden brengt de passaatwind een groot deel van het jaar wolken, en in de winter vooral regen, wat het er zo groen maakt. Hogerop ligt er tussen december en maart vaak sneeuw op de Teide, en de nachten blijven er het hele jaar fris. In de lente, van eind april tot begin juni, bloeien de rode tajinastes in Las Cañadas; in de zomer is het in het zuiden het warmst. Het zeewater is fris en het aangenaamst aan het eind van de zomer en in de herfst. Aan het eind van de winter vult het carnaval van Santa Cruz dagenlang de straten.