Djerba is vlak en via een oude dam met het vasteland verbonden. Tussen olijfbomen en palmen staan menzels, boerderijen met witgekalkte muren rond een binnenplaats, en hier en daar kleine moskeeën, gedrongen als forten, die aan de ibadieten van het eiland herinneren. In Houmt Souk, de belangrijkste stad, liggen tapijten, juwelen en specerijen in de overdekte soeks, en in de haven wordt de vis bij opbod verkocht, voor hij op de grill of in de couscous belandt; je eet er ook brik, een krokant deegblad met een ei erin. Vlakbij staat het fort Ghazi Mustapha aan de kust.
Naar het zuiden kom je door Erriadh, waar de wit-blauwe Ghriba-synagoge in de lente het doel is van een Joodse bedevaart. Verderop, in Guellala, draaien de pottenbakkers hun potten in werkplaatsen die in de heuvel zijn uitgegraven, en in een museum zie je er de tradities van het eiland. Aan de oostkust, rond het stadje Midoun, liggen de witte zandstranden van Sidi Mahrez en Aghir aan een kalme, ondiepe zee. Bij Houmt Souk zoeken flamingo's hun voedsel rond het schiereiland Ras Rmel.
In juli en augustus is het heet, en je zwemt 's ochtends vroeg of aan het eind van de dag. In de lente en de herfst fiets je rond het eiland. In de winter waait het geregeld, valt er af en toe een bui, en is de zee voor de meeste zwemmers te fris.
