Aan de Atlantische Oceaan staat de Hassan II-moskee voor een deel op een platform dat op de zee werd gewonnen, en haar minaret zie je al van ver. Het is een van de weinige moskeeën in Marokko waar je als niet-moslim binnen mag, met een gids. Net ten oosten ligt de oude medina, bescheiden en volks, binnen haar eigen wallen tot aan de haven; westwaarts loopt de kust langs de stranden van Aïn Diab.
Het hart van de stad is dat van het Franse protectoraat. Langs de Boulevard Mohammed V en rond de centrale markt volgen art-decogebouwen elkaar op, met witte gevels en ronde balkons, en in de markthal ga je aan de toog van de viskramen zitten voor gegrilde sardines of zee-egels die ze ter plekke openbreken. In het zuidoosten ligt de Habous, een nieuwe medina die het protectoraat in traditionele stijl bouwde: je koopt er olijven op de soek en gazellehoorntjes bij de banketbakker, en je drinkt thee op een terras onder de arcaden. Voor een daguitstap rij je verder zuidwaarts langs de kust naar El Jadida, waar in de Portugese cisterne het licht door een opening in het gewelf valt.
Dankzij de oceaan wordt het in de zomer zelden echt heet, en 's ochtends hangt er vaak nevel over de kust. Van november tot maart vallen er buien, maar koud wordt het zelden. In de lente en de herfst is de lucht vaak helder, en dan springt het wit van het centrum eruit.
