De natuurlijke havens van Malta, omzoomd door honingkleurige kalksteen, hebben de geschiedenis van het eiland bepaald. Op een schiereiland tussen de Grand Harbour en de haven van Marsamxett bouwden de Johannieters Valletta, met straten in een dambordpatroon, waar nu gesloten houten balkons in felle kleuren aan de gevels hangen, en de Sint-Janscokathedraal, waar de Onthoofding van Johannes de Doper van Caravaggio te zien is. Aan de overkant van de haven liggen de Drie Steden, ouder dan de hoofdstad, die je bereikt met een dghajsa, het Maltese watertaxibootje.
Lang voor de ridders had de eilandengroep al haar megalithische tempels, op de kliffen in het zuiden bij Ħaġar Qim en Mnajdra. In het binnenland blijft Mdina, de oude hoofdstad, stil achter haar wallen, aan de rand van Rabat, waar je aan de toog pastizzi eet, bladerdeegjes met ricotta of erwten. In het zuidoosten liggen in de haven van Marsaxlokk de luzzu's, blauw, geel en rood geschilderde vissersbootjes met een oog op de boeg, en op zondag is er vismarkt op de kade. In het noordwesten vertrekken de veerboten langs Comino en zijn lagune naar het groenere, landelijkere Gozo, met de tempels van Ġgantija.
Van juni tot september brandt de zon, is de zee warm en tempert de majjistral, een frequente noordwestenwind, de hitte. In de lente is het water nog fris, in de herfst blijft het lang warm, en de dagen zijn vaak zonnig. De winter, van december tot februari, blijft zacht tussen de buien door, en de noordoostenwind, de gregale, maakt de zee soms zo woelig dat de veerdienst naar Gozo wordt onderbroken.
