Rome ontdek je te voet, van het ene tijdperk naar het andere. Rond het Colosseum en het Forum loop je door het antieke Rome; wat verder staat het Pantheon, nog altijd met zijn oorspronkelijke koepel, en daar begint het barokke Rome, van de Trevifontein tot de Piazza Navona. Aan de overkant van de Tiber liggen in Vaticaanstad de Sint-Pietersbasiliek en de musea die naar de Sixtijnse Kapel leiden.
Ten zuiden van het Vaticaan ligt Trastevere, met steegjes vol klimop en trattoria's, en daarboven kijk je van op de Gianicoloheuvel uit over de daken en koepels. Steek je de Tiber weer over ter hoogte van het Tibereiland, dan kom je in het oude Joodse getto, waar je in de winter en de lente carciofi alla giudia eet, gefrituurde artisjokken op Joodse wijze. Verder naar het zuiden gaf Testaccio, de wijk van de vroegere slachthuizen, Rome zijn keuken van orgaanvlees, zoals coda alla vaccinara, gestoofde ossenstaart; carbonara, cacio e pepe en supplì, rijstkroketjes met een kern van mozzarella, eet je dan weer overal in de stad.
In juli en augustus is de hitte droog en fel, en is het vooral 's ochtends en 's avonds druk op straat. April, mei en september zijn helder en gematigd, en oktober is nog aangenaam, al brengt die maand ook onweer. Van november tot februari regent het meer, maar de winter blijft zacht, en de musea zijn rustiger.
