Op het schiereiland dat in de Adriatische Zee uitsteekt, ligt Bari Vecchia, een wirwar van steegjes waar de was boven de stoelen op straat hangt te drogen; in de Strada Arco Basso maken vrouwen aan tafels voor hun deur orecchiette met de hand, en in de doorgangen eet je sgagliozze, gefrituurde plakken polenta. In het hart van de wijk staat de basiliek van Sint-Nicolaas, met de relieken van de heilige; orthodoxe en katholieke pelgrims komen er bidden. Vlakbij loop je langs de romaanse kathedraal en het Normandisch-Zwabische kasteel.
Voorbij de Corso Vittorio Emanuele ligt de wijk Murat, met rechte straten, winkels en het Teatro Petruzzelli, en langs het water loopt de lungomare kilometers ver naar het zuiden; neem er een focaccia barese mee, met tomaat en olijven. Zuidelijker staan de witte huizen van Polignano a Mare hoog boven de zee; landinwaarts rij je naar de trulli van Alberobello, stenen huisjes met kegeldaken, en naar Matera, met zijn in de rots uitgehouwen Sassi.
De zomer is warm en droog, en de inwoners brengen de avonden aan het water door. De lente en het begin van de herfst zijn de tijd om Apulië rond te trekken, tussen de trulli en de zee. De winter is vochtig, en soms blaast de noordenwind koude lucht over de boulevard.
