Het oude Rhodos ligt nog altijd binnen de wallen van de Johannieters, die het eiland in handen hadden tot de Ottomanen kwamen. Je loopt er de Ridderstraat op, langs de herbergen van de verschillende naties van de orde, tot aan het paleis van de grootmeesters, in de vorige eeuw herbouwd; lager leiden de steegjes van de vroegere Turkse wijk naar moskeeën en badhuizen, en buiten de muren kijken de haven van Mandraki en de nieuwe stad uit op zee.
Aan de oostkust rijgen de stranden zich aaneen tot Lindos, waar witte huizen tegen de helling oplopen naar een akropolis boven de Sint-Paulusbaai. Aan de winderige westkust vind je de ruïnes van Kamiros, een antieke stad op een heuvelflank. Het binnenland bestaat uit heuvels, dennen en dorpen: in Petaloudes, het Vlinderdal, komen in de zomer nachtvlinders op de boomstammen boven een beekje zitten, en in Embonas, aan de voet van de berg Attavyros, schenken de taverna's de wijn van het dorp.
In de hete, droge zomer, van juni tot september, waait de meltemi vooral aan de westkust, terwijl het oosten gespaard blijft. In mei en oktober is het zacht en kun je goed in zee zwemmen. Van november tot maart is de winter mild maar regenachtig, en gaan veel hotels en restaurants dicht.
