Miami Beach is een barrière-eiland. Langs Ocean Drive en de straten erachter staan de art-decogebouwen van South Beach, met pastelkleurige gevels, getrapte kroonlijsten en neonletters die 's avonds aangaan: ze zouden worden afgebroken, maar bewoners hebben ze gered en er een beschermde wijk van gemaakt. Het brede, lichte strand ligt meteen over de straat, achter een strook palmbomen.
Aan de andere kant van Biscayne Bay, op het vasteland, staan de torens van Brickell aan het water, en in Wynwood zijn de pakhuizen met muurschilderingen bedekt. In Little Havana bestel je een cafecito, een heel zoete espresso, aan de ventanita, het loketje van de Cubaanse cafés aan de straatkant; er hoort een warm geperste sandwich cubano bij, en van half oktober tot begin mei eet je in de stad de scharen van de stone crab, koud, met mosterdsaus. In het westen beginnen de Everglades, een eindeloze grasvlakte onder water die je met een airboat doorkruist terwijl alligators toekijken; in het zuiden loopt de Overseas Highway over bruggen van eiland naar eiland tot Key West.
De meeste bezoekers komen van november tot april, als de lucht droog en zacht is. Van juni tot oktober wordt de hitte drukkend en barst er bijna elke namiddag een korte, hevige onweersbui los. Het orkaanseizoen loopt van juni tot november, met een piek van eind augustus tot oktober.
