Ibiza is het eiland van de clubs én van de dorpen. Dalt Vila, de bovenstad binnen haar renaissancewallen, beklim je via gekasseide steegjes tot aan de kathedraal; van het voorplein kijk je uit over de zoutpannen in het zuiden, waar flamingo's neerstrijken. Beneden wordt La Marina, de havenwijk, 's avonds druk, en richting Platja d'en Bossa en Sant Rafel gaan de grote clubs open voor het seizoen.
Het binnenland is een ander eiland: heuvels met dennen en vijgenbomen, witte boerderijen met dikke muren, en dorpen als Santa Gertrudis of Sant Joan, waar je flaó bestelt, een taart van verse kaas en munt. In het oosten, in Sant Carles en Es Canar, zijn de hippiemarkten ontstaan uit de gemeenschappen die zich op het eiland kwamen vestigen. Aan het water eet je bullit de peix, gestoofde vis, en daarna rijst, gekookt in die bouillon. In het noorden zijn de baaien ruiger; in het zuidwesten, voor Cala d'Hort, rijst het rotseilandje Es Vedrà uit zee op.
In de zomer is het warm en draaien de clubs op volle toeren. Buiten juli en augustus wordt het rustiger, en in de herfst kun je nog lang zwemmen. In de winter gaan de meeste clubs dicht, valt er wat regen, en is het eiland weer van de dorpen.
