Naar Hurghada kom je voor de Rode Zee. In de koraalriffen voor de kust, soms vlak bij het strand, zwemmen papegaaivissen, clownvissen, roggen en schildpadden; boten vertrekken uit de jachthaven naar de Giftuneilanden, en duikers komen voor de wrakken en de steile rifwanden. Langs de kust liggen de hotelcomplexen verspreid, van Makadi Bay in het zuiden tot El Gouna, een lagunestad in het noorden.
In het noorden is El Dahar, het oude centrum, een wijk van Egyptenaren gebleven: in de soek koop je specerijen en ronde broden, en in de cafés klinkt het getik van dominostenen. Achter de stad rijzen de bergen van de Oostelijke Woestijn op, waar je naar bedoeïenenkampen rijdt om bij zonsondergang zoete thee te drinken. Wie een lange dag uittrekt, bezoekt de tempels van Luxor, in de Nijlvallei.
Regen valt er zelden. Van december tot maart is de zon mild, het water wordt frisser maar je kunt nog altijd zwemmen, en de noordenwind maakt de avonden koel. April, mei, oktober en november zijn warm en zonnig, en in de herfst houdt de zee haar warmte nog lang vast. Van juni tot september is het overdag snikheet, en dan breng je uren door in de zee, die zo warm is als badwater.
