Montreal ligt op een eiland in de Sint-Laurensrivier. In het midden rijst de Mont Royal op, die landschapsarchitect Frederick Law Olmsted, een van de ontwerpers van Central Park, tot een park omvormde; op zomerse zondagen komen er tamtamspelers samen aan de voet van het monument voor George-Étienne Cartier. Langs de kaden ligt Vieux-Montréal, met kasseistraten, de basiliek Notre-Dame en de pakhuizen van de oude haven, en tussen de oude haven en de berg loopt het centrum ondergronds verder, via gangen die metro, winkels en torens verbinden, zodat je 's winters niet naar buiten hoeft.
Ten oosten van de berg, op het Plateau, kronkelen buitentrappen langs de bakstenen gevels naar de bovenwoningen: ze werden buiten gebouwd om binnen plaats te winnen. Op de Boulevard Saint-Laurent eet je smoked meat, gerookt en gekruid rundvlees, op roggebrood, en in het naburige Mile End koken de bakkers hun bagels eerst even in honingwater voor ze de houtoven ingaan; verder naar het noorden ligt de Marché Jean-Talon vol fruit en Quebecse streekproducten. In de lente, als het sap in de esdoorns stijgt, trek je naar het platteland om in een cabane à sucre te eten: ham, bonen met spek en esdoornsiroop die je op de sneeuw laat stollen.
De winter is lang en streng, van december tot maart, met sneeuw en droge kou die in je gezicht bijt. Na de dooi in april en een nog frisse mei volgt een warme, vochtige zomer vol festivals, met jazz in de straten van het centrum van eind juni tot begin juli. Eind september en in oktober kleuren de esdoorns op de Mont Royal rood en oranje.