Cancún is uit het zand opgerezen als toeristisch project, op een smalle strook tussen een lagune en de Caribische Zee. De hotelzone beslaat die strook, met zicht op turquoise water; in het centrum op het vasteland eet je in de taquerías rond het Parque de las Palapas, waar het er minder toeristisch aan toegaat. Een korte boottocht brengt je naar Isla Mujeres, met kleurrijke straatjes en rustige stranden.
Naar het zuiden volgt de Riviera Maya de kust langs Playa del Carmen, waar de veerboten naar Cozumel vertrekken, tot Tulum, met Mayaruïnes op een klif boven zee; niet ver daarvandaan, landinwaarts, liggen de tempels van Cobá verscholen in de jungle. De hele kalksteenbodem zit vol cenotes, die de Maya's zagen als poorten naar de onderwereld. Verder naar het noordwesten ligt de koloniale stad Valladolid, op weg naar Chichén Itzá en zijn piramide.
Van november tot april is het droog en is de zee helder, al kan een noordenwind, de norte, haar in de winter woelig maken. Van mei tot oktober wordt het drukkend en vallen er vaker buien, en van juni tot november dreigen orkanen. Sommige jaren spoelt er tussen de lente en het eind van de zomer op een deel van de stranden bruin zeewier aan, sargassum.