In het centrum van Milaan draait alles rond de Dom: je klimt op het dak, tussen de marmeren spitsen, en loopt daarna door de Galleria Vittorio Emanuele onder haar glazen overkapping tot aan de Scala. Verder naar het westen grenst het Castello Sforzesco aan het Parco Sempione, en niet ver daarvandaan, in de refter van Santa Maria delle Grazie, zie je het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci alleen na reservatie, in kleine groepjes.
De rest verstopt Milaan achter zijn koetspoorten. In Brera, de wijk van de schilders, rond de Pinacoteca, gaan achter de palazzi binnenplaatsen met zuilengangen schuil, en achter de kerken kloostergangen. Elders laat de stad zich wel zien: in het zuidwesten liggen de Navigli, kanalen waarlangs vroeger het marmer voor de Dom werd aangevoerd, nu vol terrassen. Daar zet de aperitivo, een drankje met hapjes, de avond in, voor je aan een risotto met saffraan, een ossobuco of een cotoletta begint. In het noorden rijzen in Porta Nuova nieuwe torens op, waaronder het Bosco Verticale, tot bovenaan begroeid met bomen.
De winter is koud en vochtig, en vaak hangt er mist in de Povlakte; begin december opent de Scala haar seizoen en gaan de kerstmarkten open. De lente is zacht, de zomer heet en drukkend, en midden in de zomer trekken veel Milanezen de stad uit, zodat het er rustiger wordt. September blijft aangenaam, daarna brengen oktober en november vaak veel regen.
